“Het zit namelijk zo, papa en mama, dat ik met een probleempje zit. Jullie en een heleboel andere mensen vragen me voortdurend om van plan A naar plan B over te schakelen. En daar ben ik niet zo goed in. Als jullie me vragen om over te schakelen, raak ik gefrustreerd. En als ik gefrustreerd raak, heb ik de grootste problemen om helder te blijven denken en dan word ik nog gefrustreerder. En dan worden jullie kwaad. Vervolgens ga ik dingen doen, die ik niet wil doen en dingen zeggen die ik niet wil zeggen. En dan worden jullie nog kwader en geven me straf en dan wordt het één grote puinhoop. En als de stofwolken weer zijn neergedaald – ik bedoel, als ik weer helder denk – heb ik uiteindelijk heel veel spijt van wat ik gedaan en gezegd heb. Ik weet dat dit helemaal niet leuk voor jullie is, maar neem maar van mij aan dat ik er ook geen lol aan beleef.”
(een fragment uit ‘Het explosieve kind’ van Ross W. Greene)
De wereld is niet volmaakt
Dit zou een kind zeggen in een volmaakte wereld. Maar de wereld is niet volmaakt en een kind ook niet. Toch verwachten we dat wel. Kinderen (lees: mensen) behoren zich op een bepaalde manier te gedragen. Netjes, fatsoenlijk, nadenkend, beleefd, respectvol, helpend, luisterend. En ook speels, actief, zelfstandig, sportief, ondernemend, grenzen opzoekend (maar er niet overheen gaan) etc. Een hoop normen die we stellen aan gedrag. Grenzen verleggen ja, maar er overheen gaan is not done. Speels zijn prima, maar wel passend bij je leeftijd.
Zijn mijn normen wel écht de mijne?
We verwachten dus dat een mens binnen de door ‘ons’ vastgestelde kaders blijft, dan is het oké. Te druk, te vrij, te fel, te timide… dat past niet en voor je het weet heb je een stempel: ADHD, ADD, explosief etc. Ik heb me zelf ook lange tijd schuldig gemaakt aan oordelen over gedrag. En nog betrap ik me erop dat ik richting mijn eigen kinderen normatief kan zijn. Er is natuurlijk niets mis met het meegeven van waarden en normen. Maar soms vraag ik mezelf oprecht af of bepaalde normen die ik hanteer wel fair zijn. Passen ze bij de waarden van mij en mijn man of zijn het normen die ik heb overgenomen, omdat het in de ogen van anderen zo hoort? En houd ik wel voldoende rekening met het karakter van mijn kinderen? Alle drie zo anders, dat vraag om een verschillende benadering.
Andere mindset
Dat is ook wat ‘Het explosieve kind’ aangeeft. Voor sommigen, zoals in het voorbeeld hierboven, is het een lastige opgave om binnen de gebruikelijke kaders te blijven. En rustig te reageren op verzoeken en verwachtingen. Want wat als je het vermogen tot flexibiliteit en frustratietolerantie niet van nature hebt? Het is vaak geen onwil, maar onkunde. Die mindset heeft mij enorm geholpen. Hiermee omgaan vraagt om extra tijd, aandacht, oefening en geduld. Overigens geldt dat niet alleen voor ouders richting kinderen. Ook volwassenen onderling kunnen hier veel van opsteken. Meer openstaan voor de (belevings)wereld van de ander. Willen weten wat er in de ander omgaat. Elkaar écht willen begrijpen. Met een beetje meer begrip voor elkaar help je de ander én jezelf in het contact: Begrijpen en begrepen worden, zoals Stephen Covey zo mooi verwoordde.