… DAN ZOU IK NAAR MIJN KINDEREN LUISTEREN

 

Ik zou luisteren
met al mijn aandacht.
Luisteren naar hun woede.
Luisteren naar hun verdriet en angst.
Hun woede niet onderdrukken of wegwuiven.
En hen ook niet naar boven sturen met hun woede.
Ik zou ze op kille of nare avonden bij me in bed nemen.
Meer tijd met hun opa en oma laten doorbrengen.
En aanmoedigen meer tijd met hun andere ouder door te brengen.
Ik zou gezondere maaltijden koken. Minder troep eten en drinken.
Meer met mijn handen eten. Stoppen met koken en echt luisteren.
Ik zou bloemen met hen zaaien en samen een moestuin aanleggen.
Ik zou ze ritjes op een olifant geven. Meer vertellen over toen ik zelf een kind was.
Samen fietstochtjes maken. En ook meer huppelen.
Meer foto’s van de kinderen maken. Vieze geluiden maken.
En de lievelingsboeken van mijn kind steeds weer voorlezen.
Ik zou minder cola drinken. En meer kindertekeningen ophangen.
Naar sportwedstrijden van de kinderen gaan. Zandkastelen bouwen. Vuil worden.
Minder werken en meer spelen. Ik zou samen met hen gillen en schreeuwen.
Ik zou ze knuffelen bij een kampvuur, zandkastelen bouwen en dansen, dansen, dansen.
Ik zou ze niet onder de duim houden maar bij de hand nemen en nooit dwingen broccoli te eten.
Ik zou heel consequent zijn met regels, een betere tandenfee zijn,
en een supermanpak dragen in de supermarkt.
Ik zou de tv wegdoen en veel meer herrie maken met mijn kinderen.
Ik zou leren hard te fluiten, me te verkleden,
domme geheimpjes te vertellen en geen domme vragen te stellen.
Ik zou meer kinderfilms kijken, meer over God praten,
en ik zou opletten als zij iets vertelden.
Ik zou
niet krijsen maar praten,
niet zwijgen maar zingen,
lachen in plaats van huilen,
huilen in plaats van snauwen,
niet met hen ruziën maar stoeien.
Ik zou gewoon meer van hen houden en dat ook zeggen.

(uit ‘Een Vulkaan in mijn buik’ – Warwick Pudney & Eliane Whitehouse)